De luxe van verveling

Afgelopen zondag merkte ik het in het bos.
Ik had een wandeling met de boswachter geboekt. Dat klinkt misschien een beetje suf, maar het leek me wel leuk om wat bij te leren. En ik vond het ook, zoals ieder groepsevenement, een beetje spannend. Omdat ‘gewone’ dingen met anderen voor mij nooit echt gewoon zijn. In mijn wereld gaat het al snel over normaal doen, kunnen vluchten, rommelen met mijn ademhaling en sociaal overleven. We verzamelden op een parkeerplaats aan de rand van het bos. Een groep van ongeveer vijftien mensen en twee boswachters.
De wandeling zelf was best een beetje saai te noemen.
We stopten vaak om uitleg te krijgen over het gebied waar we waren. Ik had het een beetje koud en wilde liever gewoon doorlopen. Maar goed, het was wel fijn om buiten in het bos te zijn. Hoewel het koud was, scheen er ook een voorzichtig zonnetje, dat langzaam aan kracht begon te winnen.
De boswachter babbelde maar door over aangeplante boompjes en de reeënpopulatie.
En ineens kwam het besef dat ik me gewoon een beetje verveelde. Hoe geniaal was dat!
Het klinkt misschien niet bijzonder, maar voor mij voelde het bijna als een klein wonder. Ik deed iets heel normaals. Iets wat mensen zonder angst gewoon doen. En ik was niet als een idioot aan het vechten tegen mezelf. Niet bezig om te verbergen hoe gespannen ik me voelde.
Want ik voelde me niet gespannen.
Ik liep gewoon mee met een groep mensen in het bos.
En ik voelde me niet alleen ontspannen, ik vervéélde me.
En ineens was die saaie wandeling zo saai niet meer.