Meer voelen, minder denken?

In onze maatschappij wordt denken vaak gezien als het hoogste goed. Op school leer je vooral je hoofd gebruiken. Voelen lijkt ondergeschikt. Tenminste, in mijn tijd was dat zo. De ontwikkeling gaat natuurlijk door, misschien is het nu anders. Maar goed, ik praat even vanuit mijn eigen ervaring.
Eigenlijk word je pas echt, soms noodgedwongen, met je gevoel geconfronteerd als het niet goed met je gaat. Als een soort noodsignaal van je lichaam, dat niet meer weet hoe het anders de aandacht moet trekken.
Waarom is het dan zo belangrijk om contact te maken met dat lichaam? Simpelweg omdat je niet alleen uit je hoofd bestaat. Je wezen is een complex systeem, waarin alles met elkaar samenhangt en elkaar beïnvloedt. En als je het nog breder trekt, hangt ook alles ‘buiten’ je systeem ermee samen. Waarschijnlijk op een veel grotere schaal dan we denken.
Als alle delen gezien, gehoord en gevoeld worden, kun je merken dat alles stroomt zoals het moet. Of dat er ergens een onbalans is, of een opstopping.
We leren vaak al vroeg om ons terug te trekken in het hoofd. Leren voelen, en omgaan met emoties, krijgen we niet altijd (meestal niet) van onze ouders mee. Terugtrekken in het hoofd is dan een logische optie. Gevoelens zijn intens en soms overweldigend, en als je niet leert hoe je ermee omgaat, is het handiger om ze gewoon niet te voelen.
Het hoofd heeft meestal wel een oplossing paraat. Vaak voor de korte termijn. Overanalyseren, labeltjes plakken, projecteren, verdoven op allerlei manieren, ik noem maar een paar opties… De mogelijkheden zijn eindeloos.
Ik vraag me af wat er gebeurt als je structureel in je hoofd blijft zitten. Trekt je lichaam dan steeds harder, en op alle mogelijke manieren, aan de bel? Lopen er andere processen vast? Of loopt je hoofd uiteindelijk gewoon over, omdat het alles alleen moet doen?
Mijn eigen ervaring is deze. Voelen was in mijn jonge jaren geen thema. Terugkijkend is dat eigenlijk vreemd, want er speelden genoeg dingen die in theorie heftige gevoelens hadden moeten oproepen. Maar er werd niet over gesproken, en er was weinig aandacht voor. Niet eens uit onwil, denk ik, maar uit onwetendheid.
Blijkbaar heb ik al vroeg een manier gevonden om effectief te onderdrukken. En dat werkt lange tijd best goed. Er waren signalen, maar die waren prima te negeren. Ik denk dat als je gevoelens niet voelt, ze zich opstapelen. Alles wil uiteindelijk doorstromen, om ruimte te maken voor iets nieuws. En als dat niet gebeurt, raakt het systeem voller en voller.
Het viel andere mensen soms wel op. Ik kreeg weleens te horen dat het leek alsof niets mij raakte. Terwijl ik best dingen spannend vond. Of geraakt werd door onrecht, of door kwetsbare mensen en dieren. Alleen deed ik er niets mee. Ik voelde iets opkomen en drukte het vervolgens weg. Te intens, te overweldigend. Dus hop, achteraan aansluiten. Kleine dingen, maar boven op een berg die er al lag.
Op een gegeven moment kan er niets meer bij. Het lichaam klopt steeds harder aan de deur. Hoofdpijn, slecht slapen, buikklachten, malende gedachten (want ja, die kop zit ook gewoon vol), dat soort dingen. Geen reactie.
En dan komt er een mokerslag. Ik las laatst ergens: het leven gooit eerst met pingpongballen, en later met bowlingballen. Nou, vang zo’n bowlingbal maar eens op met je hoofd.
Die mokerslag was voor mij een paniekaanval. Al die onderdrukte gevoelens beukten zich ineens naar buiten. In alle mogelijke vormen en door elkaar. Dan word je echt overspoeld. En daar is geen onderdrukken meer aan.
Dus: is het mogelijk om in je hoofd te blijven? In sommige gevallen misschien wel, tijdelijk. Maar zonder ‘klachten’? Dat denk ik niet. Volgens mij streeft je hele wezen naar een systeem waarin alles kan doorlopen. En als dat niet gebeurt, komt het altijd ergens aankloppen.
Hoe gevoeliger je bent voor die signalen, hoe schoner je je systeem kunt houden. Maar sommige patronen zijn zo vanzelfsprekend geworden dat je ze niet eens meer opmerkt. Omdat je denkt dat het gewoon zo is. Dat het normaal is. Terwijl ze ondertussen wel voor vervuiling zorgen.
Daarbij komen nog dingen die je meedraagt vanuit je familie, of verder terug. Vraag me niet hoe dat precies werkt, ik kan het je niet uitleggen. Wat ik wél weet, is dat alles samenhangt. En dat niets vaststaat. Dat laatste vind ik misschien nog wel het belangrijkst.
Terug naar de titel: meer voelen, minder denken. Niet omdat er iets mis is met denken. Integendeel. Denken is een fantastisch onderdeel van je systeem. Net zo belangrijk als alle andere delen. Maar omdat de nadruk zo sterk op denken ligt, moeten we het voelen vaak bewust weer uitnodigen. Niet om vervolgens alleen maar te voelen. Gezond verstand is ook prettig. En gezond, dat word je juist door niets te overbelasten.
Voor mij werkt het ongeveer zo: er dient zich iets aan. Een emotie. Ik merk het op. Ik blijf erbij. Ik voel wat er te voelen is, zonder het meteen weg te redeneren of er iets van te vinden. Ik reageer niet direct. Ik blijf even bij het gevoel. Meestal duurt dat verrassend kort. En daarna kan ik kijken wat de situatie van me vraagt.
Werkt dit altijd zo? Nee. Zeker niet. Soms ben ik te moe. Soms te bang. Soms gewoon niet beschikbaar.
Maar wat ik wel weet, is dat het alternatief, alles blijven dragen in mijn hoofd, uiteindelijk niet werkt. Dan komt het lichaam toch. Eerst zacht, later minder subtiel. En inmiddels luister ik liever naar de pingpongballen dan naar de bowlingballen.