Ontspoord (deel 1)
Ik kan me herinneren dat ik het vroeger heerlijk vond om met de trein te gaan. Of met de bus. Lekker ontspannend. Dagjes weg, naar school. Ik ben zelfs met de trein naar Zwitserland gegaan om daar te gaan werken. Niks aan de hand. Dat was before.

Maar toen gebeurde er iets. De paniekstoornis die ik had was al een beetje naar binnen gesijpeld, maar op dat moment was ik nog geen vermijder.
Het was Koninginnedag en we gingen met de trein naar Arnhem. Het was (logisch) nogal druk in de trein. Een beetje ongemakkelijk voelde ik me wel, maar ik had nooit problemen gehad met reizen, dus ik dacht er niet echt over na.
Tot het me ineens bij de strot greep. Ik kreeg het bloedheet en benauwd, de ruimte leek om me heen te krimpen. De wereld draaide en ik raakte steeds meer in paniek.
Ik baande me een weg uit de coupé naar het toilet, dat gelukkig niet bezet was. Weg uit de mensenmassa en met wat koud water in mijn gezicht en over mijn handen kwam ik over de ergste piek heen. Mijn hele lichaam trilde en ik had het gevoel dat ik aan iets groots ontsnapt was.
De trein stopte, ik vond mijn vriend terug, blij dat ik eruit was. De rest van de dag schonk ik er geen aandacht meer aan. Dat was ook niet zo moeilijk, gezien de alcohol (en eventuele andere verdovende middelen; ik kan het me eerlijk gezegd niet meer precies herinneren. Net zoals de terugreis met de trein 😉).
20 jaar later. Oké overdreven, ik denk 16 jaar later. Nooit meer in de trein/ bus/ vliegtuig whatever geweest. Daar had ik allerlei ‘logische’ redenen voor. Zoals: ik heb toch een auto, of de trein is voor studenten etc. De echte reden was natuurlijk dat ik inmiddels diep in de angststoornis zat, en er alles aan deed om situaties te vermijden waarbij ik wel eens (helemaal) in paniek zou kunnen raken.
Ik liep rond met een soort voortdurende basisspanning, dus echt veel was er ook niet voor nodig. Zat me best wel in de weg, want ja, soms was er een leuk teamuitje op het werk of wilden vriendinnen wat ondernemen. En dan moest ik een smoes bedenken. Ik heb serieus wel eens vakantie opgenomen om onder een teamuitje uit te komen. Aaah wat jammer, dan ben ik net op vakantie.
En het ergste was, ik ging al in geen eeuwigheid meer op vakantie, want: paniek. (En dat kon ik de huisdieren, die ik natuurlijk écht niet alleen kon laten, weer in de schoenen schuiven). Kortom, gedoe.
Ik was een enorme vermijder geworden. En waarom? Omdat ik ervan overtuigd was dat ik het echt niet aan zou kunnen als ik in paniek zou raken, en niet kon ontsnappen. Dat ik dan nooit meer rustig zou worden en uiteindelijk in een dwangbuis afgevoerd zou worden naar een psychiatrische kliniek om daar opgesloten te worden met dwangmedicatie.
Oké, niet echt een realistisch beeld waarschijnlijk.
Het hielp alleen niet echt mee dat een naast familielid met psychoses te maken had. Én dat ik in mijn werk wel eens wat had gezien wat dit horroridee er niet beter op maakte.
Feit is, ik vond het ontzettend kansloos van mezelf, veroordeelde mezelf er keihard om, maar was niet in staat om het op te lossen.
Toch liet het idee dat ik niet met het openbaar vervoer kon reizen me niet los. Het beperkte me in mijn vrijheid. Het zat in allerlei weg gestopte ideeën, zoals: wat als mijn auto ergens kapot gaat en ik met het ov naar huis moet?
Angst is een soort olievlek die zich steeds verder uitspreid. Soms heel snel, soms heel langzaam, maar langzaam maar zeker pakt hij steeds meer terrein. En voor ik het wist bepaalde het welke (leuke) dingen ik nog wel of juist níet deed.
Tot ik een baan kreeg waarvoor ik eigenlijk met het ov moest reizen. Mijn smoezen raakten op, autorijden kostte belachelijk veel geld en tijd, en boven alles wilde ik mijn vrijheid terug.
Kortom, ik was het zat. Maar, dat was makkelijker gezegd dan gedaan.
Lees verder in Ontspoord (deel 2)